“Ladies and gentlemans, welcome to bustour, my name is Kyle and I am tourguide today”. Naast de chauffeur staat een jongen van begin twintig die ons in gebrekkig Engels welkom heet. Zijn zwarte haren strak achterovergekamd en hevig ingevet. Zijn glimlach toont een grote spleet tussen zijn voortanden. Loes, mijn reisgezelschap op deze trip, fronst naar me en vraagt: “Wat zegt ‘ie?” “Dat hij Lyle heet, geloof ik”, antwoord ik niet overtuigd. We negeren deze Hongaarse Rob de Nijs en hijsen onszelf het dak van de rode dubbeldekker bus op. Bloed kokend, oksels klotsend en gewapend met twee flesjes water van de Starbucks. Rijden maar.
Van Pest naar Buda
“Ik denk dat ik doodga”. Ik kijk opzij en zie het rood-opgezwollen gezicht van Loes. We rijden inmiddels al 35 minuten door de ziedende hitte. Budapest trekt in sneltreinvaart aan ons voorbij. In omgekeerde volgorde, welteverstaan. Na eerst de hoogtepunten van Pest te hebben gezien, rijdt onze sauna op wielen de brug over naar het hoger gelegen Buda. Achteraf gezien was het wellicht geen wijsheid om een hop-on-hop-offtour te boeken bij een temperatuur van 36 graden, maar voor spijt is het nu te laat. Waar we in Pest nog voornamelijk door winkelstraten en langs oude parlementsgebouwen reden, verandert de omgeving aanzienlijk aan de overkant van de burg. In het rotsachtige Buda leidt de bus ons langs prachtige vergezichten over de rivier die de stad in tweeën splitst. Dit was vroeger het rijkere deel van de stad. Dat zien we terug in de weelderige bouwwerken en ruïnes. Ook het Budapest castle district komt voorbij, en we nemen ons voor om hier morgen naartoe te wandelen. De fraaie binnenplaats is al reden genoeg voor een uitgebreid bezoek. Inmiddels rijden we onder de schaduw van de hoge bomen en begint mijn lichaamstemperatuur enigszins te dalen. Ik zak vergenoegd onderuit. Kyle’s stem klinkt op de achtergrond uit de krakerige boxen en ik sluit mijn ogen. Best lekker, zo’n tourbus.
Bevroren verlossing
Driekwart van de tour zit erop als de bus ineens stilstaat. Tot onze horror parkeert de buschauffeur pal in de zon. Ik kijk Loes met grote ogen aan. We zitten als kleine rode kreeftjes op een bakplaat, en het water is op. Dan slaakt ze ineens een kreet. “Eef, kijk!”. Ik schrik, en volg haar vinger met mijn blik. Een klein kraampje, met… ijs! Een gevoel van euforie gaat door me heen, en in eerste instantie wil ik mijn portemonnee pakken en bus uit stuiven, maar ik stop halverwege. Wat nou als de bus ineens wegrijdt? We kijken elkaar vertwijfeld aan, zullen we het erop wagen? Ik voel de minuten wegtikken, en na vijf minuten twijfelen weet ik dat we te laat zijn, als ik nu nog ga strand ik op deze helling. Na nog tien minuten van deze Tantaluskwelling voelen we de motor aan gaan en zet de chauffeur de terugweg in. Heuvels, bos, brug en stad schuiven aan het blikveld voorbij en we kijken reikhalzend uit naar het eindpunt. Eenmaal beneden rent Loes ineens voor mij uit, en blijft triomfantelijk staan voor een terras met een bord dat roept: “Cold beers!”. We ploffen neer en na de eerste slok voel ik de hitte langzaam uit mijn wangen trekken. Conclusie: hop-on-hop-off bij 36 graden? Na het eerste biertje weer prima te doen.



Hey wat leuk! Goed geschreven, Eva! Op naar je volgende
LikeLike
Humoristisch en informatief! Je gaf mij het gevoel zelf in de snikhete bus te zitten; goed geschreven!
LikeLike